Eén huwelijk telt: het burgerlijke
In Nederland, België, Suriname en de Caribische landen bestaat juridisch maar één huwelijk: dat voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Het kerkelijk huwelijk heeft geen enkel rechtsgevolg en mag in Nederland en België zelfs niet vóór het burgerlijke worden gesloten. Het religieuze huwelijk — christelijk, hindoestaans, islamitisch, winti — is een ceremonie, geen contract: wie alleen religieus trouwt, is voor de wet ongehuwd, met alle gevolgen voor de erfenis, het pensioen en de scheiding. Suriname erkende tot 2003 aparte «Aziatische» huwelijken; sindsdien is er één burgerlijk huwelijk.
Wie mag trouwen
Twee personen van achttien jaar, niet al gehuwd en geen naaste verwanten: dat is de kern overal. Nederland en België kennen sinds 2015 en 2007 geen uitzonderingen meer onder de achttien; Suriname heeft in 2025 de leeftijd van 15 en 17 jaar op 18 gebracht; de Caribische landen volgen de Nederlandse regels met kleine verschillen. Het huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht is mogelijk in Nederland, België, Caribisch Nederland, Aruba en Curaçao, niet in Suriname en Sint Maarten: de aparte pagina zegt het. De landenpagina's geven de precieze voorwaarden.
De formaliteiten
Een aangifte of «ondertrouw» bij de gemeente, met identiteitsbewijzen en, voor wie in het buitenland geboren is, een geboorteakte; een wachttijd van twee weken tot enkele maanden; twee tot vier getuigen; een plechtigheid in het gemeentehuis of, in Nederland en België, op een andere goedgekeurde locatie; een huwelijksakte. De kosten gaan van gratis — het huwelijk op een vast tijdstip in Nederland — tot enkele honderden euro's voor een plechtigheid op een bijzondere plaats. De landenpagina's zeggen het per land.
Wat het huwelijk teweegbrengt
Een wederzijdse onderhoudsplicht; een vermogensstelsel — gemeenschap of scheiding van goederen, naar gelang van het land en van de huwelijkse voorwaarden; het vermoeden van vaderschap van de echtgenoot; het recht op een nabestaandenpensioen; de positie van erfgenaam; en, voor wie het wil, de naam van de ander. En één ontbinding: de echtscheiding, die in geen van deze landen nog schuld vereist.
Trouwen met een buitenlander
De buitenlandse partner levert een geboorteakte en een verklaring van ongehuwd zijn uit zijn land, gelegaliseerd of geapostilleerd en vertaald; de gemeente controleert op schijnhuwelijk — de IND in Nederland, de procureur in België; en het huwelijk geeft geen automatisch verblijfsrecht: de gezinshereniging is een aparte procedure met inkomens- en inburgeringseisen. Een huwelijk dat in het buitenland gesloten werd, wordt erkend als het daar geldig is en niet strijdig met de openbare orde — een polygaam huwelijk of een kindhuwelijk niet.
Internationale verdragen
Het Apostilleverdrag van 1961 vervangt de legalisatie van documenten tussen de aangesloten landen — Nederland, België, Suriname en de Caribische landen zijn partij; het Haags Huwelijksverdrag van 1978 regelt de erkenning; de Europese verordeningen bepalen voor Nederland en België de bevoegde rechter en het toepasselijke recht bij een scheiding; en binnen het Koninkrijk erkennen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten elkaars akten.
