Het wettelijke kader
De Wet afbreking zwangerschap (Wafz), in werking sinds 1 november 1984, laat de afbreking toe in een kliniek of ziekenhuis met vergunning, als de vrouw in een noodsituatie verkeert die zij zelf beoordeelt, tot het moment waarop de foetus buiten het lichaam levensvatbaar is — door de rechtspraak op 24 weken gesteld; de klinieken hanteren 22 weken als grens voor de zekerheid. De overtijdbehandeling (tot 16 dagen na de uitgebleven menstruatie) valt buiten de wet. De vaste beraadtermijn van vijf dagen tussen het eerste gesprek en de ingreep werd op 1 januari 2023 afgeschaft: de arts en de vrouw bepalen samen de bedenktijd. Sinds 1 januari 2024 mag de huisarts de abortuspil voorschrijven tot negen weken, naast de klinieken. De ingreep is gratis voor wie in Nederland woont, via een subsidieregeling van het ministerie van VWS, buiten het eigen risico. Het Wetboek van Strafrecht (artikel 296) blijft de afbreking buiten de wet om strafbaar stellen; een initiatiefwet om abortus uit het strafrecht te halen wordt in het parlement besproken. Nederland telde in 2023 bijna 40 000 afbrekingen, na jaren rond 30 000; ongeveer een kwart betreft vrouwen uit het buitenland, vooral voor late afbrekingen.
De kernpunten
| Termijn | Tot de levensvatbaarheid: 24 weken volgens de rechtspraak, 22 weken in de praktijk; overtijdbehandeling buiten de wet |
|---|---|
| Bedenktijd | Vaste termijn van 5 dagen afgeschaft op 1 januari 2023; flexibel in overleg met de arts |
| Abortuspil | Tot 9 weken; bij de huisarts sinds 1 januari 2024 of in de kliniek |
| Waar | Vergunde klinieken (een vijftiental) en ziekenhuizen; geen verwijzing nodig |
| Kosten | Gratis voor inwoners van Nederland (subsidieregeling VWS), buiten het eigen risico; betalend voor niet-inwoners |
| Cijfers (IGJ) | Bijna 40 000 afbrekingen in 2023; ongeveer 9 per 1 000 vrouwen van 15 tot 44 jaar |
In de praktijk
- Neem rechtstreeks contact op met een kliniek of met de huisarts; een verwijzing is niet nodig, maar de huisarts kan de abortuspil zelf voorschrijven tot negen weken en verwijst daarna.
- Minderjarigen kunnen zonder toestemming van de ouders behandeld worden vanaf 16 jaar en, in overleg met de arts, ook jonger; de klinieken bieden gesprekken via Fiom en Siriz voor wie wil praten.
- Voor een afbreking na 13 weken en zeker na 18 weken zijn niet alle klinieken bevoegd; de klinieken verwijzen naar de gespecialiseerde centra, en de wachttijd is kort.
- Vrouwen uit België, Duitsland, Frankrijk of Polen die de termijn thuis overschreden, worden in Nederlandse klinieken behandeld tot 22 weken tegen betaling; de organisaties Abortion Network Amsterdam en Women on Waves helpen bij de organisatie.
Kosten en vergoeding
Gratis voor wie in Nederland woont; een niet-inwoner betaalt 500 à 1 200 euro naargelang de termijn en de methode; de abortuspil bij de huisarts is gratis met een Nederlandse zorgverzekering.
Recente veranderingen
Twee wijzigingen in twee jaar: de afschaffing van de vaste beraadtermijn (2023) en de abortuspil bij de huisarts (2024). Gemeenten stellen sinds 2023 bufferzones in rond klinieken tegen demonstranten; de initiatiefwet om abortus uit het Wetboek van Strafrecht te halen werd in 2025-2026 in de Tweede Kamer behandeld.
Waar u terechtkunt
- Rijksoverheid.nl: de wet, de klinieken, de kosten.
- Fiom en Siriz voor gesprekken bij een onbedoelde zwangerschap; Sense.info voor jongeren.
- Het Nederlands Genootschap van Abortusartsen voor de lijst van klinieken.
Goed om te weten
De grens van 22 weken in de klinieken is geen wettelijke grens maar een veiligheidsmarge: na 22 weken behandelt geen enkele kliniek meer, ook al zegt de wet 24. En de gratis behandeling geldt alleen voor wie in Nederland woont: een Belgische of Duitse vrouw betaalt, ook met een Europese ziekteverzekeringskaart.
Bronnen en officiële links
- Rijksoverheid — Abortus — officiële informatie
- Wet afbreking zwangerschap — wetten.overheid.nl
- Fiom — onbedoeld zwanger — begeleiding en informatie
Gecontroleerde links naar officiële of gezaghebbende bronnen. Ze openen in een nieuw tabblad.
